Twee dagen Antwerpen, en ineens hoorde ik hoe druk het eigenlijk is.

Ik ben onlangs met mijn oudste zoon twee dagen naar Antwerpen geweest. Centrum-centrum, hé. Hij moest op de kat en het appartement van mijn broer letten, die op vakantie is. Ik dacht: laat ons er dan samen een mini-citytrip van maken, gezellig effe twee dagen gewoon tijd en aandacht voor elkaar.

Ik hou van ’t stad, echt. Terrasjes, winkeltjes, mensen om me heen, ik geniet daarvan. Maar terwijl we op zo’n terrasje zaten te eten, merkte ik iets. Het was druk. Niet gewoon druk, ik voelde hoeveel er op me afkwam. Geluiden, mensen, bewegingen, alles tegelijk. En dat vermoeide me en efkes had ik het gevoel van een overprikkeld zenuwstelsel.

Wij wonen in Wommelgem. Niet echt boerenbuiten, maar toch een pak rustiger dan het centrum van Antwerpen. En dat contrast deed me iets beseffen. Toen ik zelf nog in de stad woonde, viel me die drukte nooit op. Dat was gewoon mijn dagelijkse ritme. Standaard. Normaal. De prikkels kwamen toen evengoed binnen, alleen was ik me daar veel minder van bewust.

’s Avonds, met de ramen wagenwijd open tegen de hitte, hoorde je alles van de straat. Iemand die passeert, kinderen die lachen, mensen die plezier maken. Gezellig, ja. Maar nooit echt stil. Er is altijd iets aan de gang.

Dat bracht me bij een gedachte die een tijdje bleef hangen. Je merkt pas dat iets te veel of te intens was, op het moment dat het wegvalt. Zolang iets je standaard is, je dagelijkse ritme, pas je je eraan aan. Maar dat betekent niet dat er minder binnenkomt. Het went gewoon.

Ik zag hetzelfde bij mezelf met koffie. Ik dronk vroeger vier, vijf tassen op een dag. Voor de smaak, de gezelligheid, om wakker te worden, dat durf ik gerust toegeven. Ondertussen drink ik bijna altijd deca. En als ik dan toch eens een gewone koffie neem, voel ik dat direct aan mijn hartslag. Aan heel mijn zenuwstelsel. Gejaagd, alsof ik constant iets moet doen. Een kip zonder kop, zeg maar. 

Toen ik nog elke dag koffie dronk, dacht ik dat ik er goed tegen kon. Dat ik er niet slechter door sliep. Dat ik er zelfs productiever van werd. Pas door ermee te stoppen, merkte ik wat voor impact dat eigenlijk had. Hetzelfde met frisdrank trouwens.

En zo kwam ik dus op de bedenking: Hoeveel dingen zijn er nog waarvan ik denk dat ik er wel tegen kan, het geen impact heeft op mij, gewoon omdat ik niet beter weet? Dat is een blinde vlek. En ik ben nu heel benieuwd hoeveel van die blinde vlekken ik zelf nog heb, zonder dat ik het weet. Ik voel er trouwens al een experimentje opkomen. Ik hou van zo’n zelfonderzoek en reflectie!

Ik deel dit omdat ik het frappant vind. We doen dingen gewoon, omdat ze altijd zo waren. We denken dat het normaal is. En pas als we er een tijdje uit stappen, zoals ik nu even uit mijn eigen rust in Wommelgem, of zoals met de koffie, merken we wat het met ons deed.

Wil je zelf voelen hoeveel er bij jezelf binnenkomt zonder dat je het doorhebt? Start met de gratis Activatie. Elf minuten, dezelfde opening die ik in bijna elke sessie gebruik.