Op het moment dat ik deze reflectie schrijf ben ik drie weken niet meer aan het sporten door opnieuw een lumbago. Dat is ondertussen de tweede of derde keer in een jaar tijd dat mijn rug mij abrupt stillegt.
En als ik eerlijk ben, geeft mijn lichaam al veel langer signalen. Eerst subtiel: een schouder die stroef voelt, een heup die wat tegenwerkt, een onderrug die sneller vermoeid is. Maar niets dat mij écht tegenhield. Dus ik bleef crossfitten.
Crossfit is voor mij meer dan een sport. Het is een stuk van mijn identiteit. Ik ben daar goed in. Zware gewichten, hoge intensiteit, tegen de klok. Het zichtbare, het krachtige, het extraverte stuk van mij dat tilt, presteert en vooruitgaat. En ik ging er altijd vanuit: mijn conditie is goed, mijn lichaam kan dit aan, dus dit móet wel gezond zijn.
Tot mijn rug mij opnieuw volledig uitschakelde.
Niet kunnen rechtstaan, niet kunnen wandelen, alleen kunnen liggen. En ook deze keer was mijn eerste reflex: zo snel mogelijk herstellen zodat ik terug drie keer per week kan gaan trainen. Alsof alles weer normaal wordt zodra ik mijn oude ritme kan oppikken.
Maar ergens voelde ik dat ik in een cirkel zat. Wachten tot de pijn zakt, voorzichtig herstarten, opbouwen en dan opnieuw ergens vastlopen. Er moest meer zijn dan dat.
En ja, er kwam schaamte.
“Hoe kan dat nu?”, dacht ik. “Ik werk lichaamsgericht. Ik begeleid mensen in het luisteren naar hun lijf. Ik ben overtuigd dat je lichaam signalen geeft die het waard zijn om ernstig te nemen. En dan lig ik hier opnieuw plat.”
Alsof ik iets gemist heb. Alsof ik het had moeten weten. Tot er langzaam iets begon te verschuiven.
Doordat ik mezelf deze keer echt de ruimte gaf om niet te crossfitten maar vanuit nieuwsgierigheid opnieuw ging zoeken naar een oorzaak en een oplossing, merkte ik iets anders op.
Mijn rug wilde mij niet tegenhouden. Het was geen zwakke plek. Het was geen mislukking.
Wat wij een terugval noemen, is soms gewoon een blinde vlek die geleidelijk zichtbaar wordt.
Mijn lichaam was mij al meer dan een jaar aan het uitnodigen naar een diepere laag. Niet naar méér kracht, maar naar fijnere ondersteuning. Ik had vooral mijn grote, zichtbare spieren getraind. Het stevige, aanwezige, het mannelijke stuk dat draagt en presteert en daar is niets mis mee, die kracht is er, die voedt mij ook.
Maar de diepe, stabiliserende spieren — die zie je niet en krijgen dus automatisch minder aandacht. Je voelt ze nauwelijks, ze leveren geen applaus op, geen zichtbare progressie. En toch zijn zij het die alles dragen, zonder hen houden de grote spieren het niet vol.
En toen ergens voelde ik: dit gaat niet alleen over mijn rug.
Dit gaat ook over hoe wij (als vrouwen?) vaak leven.
Over hoe we de planning van het hele gezin in ons hoofd dragen zonder dat iemand dat ziet, weten wie wanneer waar moet zijn. De feestjes die eraan komen, de cadeautjes die nog gekocht moeten worden, de puzzel van agenda’s die in elkaar moeten passen. De sfeer in huis aanvoelen, liefdevol aanwezig zijn wanneer een kind ergens mee zit, nog voor het zelf woorden heeft gevonden.
Dat zijn allemaal onzichtbare spieren.
Ze lijken klein, ze lijken vanzelfsprekend en ze leveren geen meetbaar resultaat op. Maar ze dragen, ze ondersteunen en ze maken dat het geheel kan blijven functioneren.
En misschien is dat wel de echte blinde vlek? Niet dat we niet diep genoeg voelen, maar dat we zelf niet altijd erkennen hoe waardevol dat zachte, dragende stuk al is.
Ik minimaliseer dat vaak bij mezelf. Ik zie sneller wat ik nog niet doe dan wat ik al draag.
En dat inzicht is volgens mij de boodschap; Niet nóg meer kunnen, niet nóg sterker worden.
Maar leren zien en waarderen wat ogenschijnlijk klein en nietszeggend lijkt, in werkelijkheid fundamenteel is.
Zolang wij dat zelf niet naar waarde schatten, kan onze omgeving dat ook niet doen.
Ik kon al diep voelen, dat was er al. In mijn werk leef ik in die vertraging, in dat luisteren, in dat zachte stuk. Maar blijkbaar was er opnieuw een laag dieper mogelijk. Niet omdat het vorige niet goed was, maar omdat verdieping geen eindpunt heeft.
Er is altijd een volgende laag waarin je subtieler kan luisteren, fijner kan afstemmen en eerlijker kan erkennen wat er al was maar nog niet volledig gezien werd.
Ik geloof dus dat terugval geen stap achteruit is, het is een blinde vlek die geduldig wacht tot ze ontdekt wordt.
In mijn werk draait het om opnieuw leren voelen en afstemmen op je lichaam.
Beleef je dag is een eenvoudige manier om daar in je eigen tempo mee te starten.
* Starten kan op elk moment *
